Hoe geef ik muziekles aan kleuters? Is het anders dan muziekles geven aan kinderen ouder dan 6 jaar? Zingen is toch ook muziekles? Of toch niet? Dit zijn vragen die ik geregeld tegenkom in mijn vak als muziekleerkracht. Het zijn stuk voor stuk goede vragen! Laten we eens kijken hoe het nu precies zit.

De kleuter – in ’t kort

De belangstelling van het kind in de leeftijdsperiode van 3 tot 6 jaar is voornamelijk gericht op het zintuigelijke[1]. Het voelen, aanraken, ruiken en zien is een voorwaarde voor hun ontwikkeling. Ook spel hoort hierbij. Door middel van het spel leert het kind zijn wereld kennen en leert de wereld het kind kennen[2]: “Dan ben ik de dokter en dan was jij ziek” of “Oké, ik maak brood en dan moet jij het opeten”.

Een kleine opsomming van kenmerkende eigenschappen van het jonge kind[3]:

  • Zijn beweeglijk
  • Leren met het hele lichaam
  • Leven in een fantasiewereld
  • Leren door te spelen
  • Ervaren de wereld als totaliteit
  • Willen experimenteren en de wereld om hen heen ontdekken
  • Zijn egocentrisch
  • Hebben een korte spanningsboog
  • Leren van elkaar
  • Leren door voortdurend te herhalen.
Kleuterliedjes

“Smakelijk eten, smakelijk drinken, hap, hap, hap”. Kleuters zingen de hele dag door. Zingen is een logisch onderdeel van hun dag én van hun spel. Er zijn bijvoorbeeld gezellige liedjes, opruimliedjes, liedjes voor taalverwerving, troostliedjes, dansliedjes of slaapliedjes. Maar er zijn ook kinderliedjes die specifiek bedoeld zijn voor de muzikale ontwikkeling. Dit zijn liedjes die passen bij de mogelijkheden van de kleuterstem én passen bij het jonge kind. Deze liedjes zijn[4]:

  • Eenstemmig
  • Kort
  • Beperkt van omvang (toongebied c’- b’)
  • Melodisch eenvoudig
  • Ritmisch eenvoudig
  • Bevatten herhalingen
  • Zijn verbonden met beweging
  • Passen bij de belevingswereld.
Kleuters en Muziekles

Wanneer je muziekles geeft aan jonge kinderen houd je dus rekening met hun kenmerkende eigenschappen. Je houdt rekening met hun behoefte om veel te bewegen, hun korte spanningsboog en de behoefte aan veiligheid. Je past je taalgebruik aan, kiest uitdagende werkvormen, gebruikt aanschouwelijk materiaal, zorgt voor interactie én weet welke liedjes passen bij de kleuterstem en hun belevingswereld. Maar er is meer. Namelijk: de vijf domeinen in muziekonderwijs én het KVB-model.

De vijf domeinen in muziekonderwijs[5]
  1. Zingen
  2. Luisteren
  3. Muziek maken
  4. Lezen en noteren
  5. Bewegen

Bovenstaande vijf domeinen zijn essentieel voor de muzikale ontwikkeling. Wanneer je dus muziekles geeft, is het belangrijk deze vijf domeinen te behandelen in je lessen. Niet allemaal tegelijk, maar zeker twee tot drie per les. Laat je hierdoor niet intimideren hoor! Soms heb je niet eens in de gaten dat je bij het zingen van een liedje ook de domeinen ‘luisteren’, ‘muziek maken’ en ‘bewegen’ behandeld. Vier vliegen in één klap! Maar, eerlijk is eerlijk, dit beseffen is natuurlijk wel handig wanneer je muziekles geeft.

Ik loop ze één voor één met je door.

Zing elke dag met de kinderen! Zingen is leuk, het maakt je blij en zorgt voor saamhorigheid. Daarbij raken de kinderen vertrouwd met klankduur (snel-langzaam), klankhoogte (hoog-laag), klanksterkte (hard-zacht) en klankkleur (instrumenten).

Luisteren wil niet zeggen gewoon je oren kunnen gebruiken. Luisteren in muziekonderwijs gaat om het ontwikkelen van het muzikaal gehoor en het muzikaal geheugen. Klinkt het zacht of klinkt het hard, welk instrument hoor je, wanneer je die klank hoort, steek je je hand op etc.

Muziek maken helpt kinderen te experimenteren met verschillende klankkleuren. Knisperen van papier, schudden met je drinkbeker, slaan met een stok op een emmer, spelen met bekers, op een piano spelen, tikken met ritmestokjes. Samen muziek maken, leert je ook rekening houden met de ander; tegelijk beginnen, tegelijk eindigen, op je beurt wachten etc.

Muziek lezen en noteren bij kleuters gaat om het grafisch noteren en spelen van geluiden/klanken van verschillende klankbronnen, bijvoorbeeld klankstaaf, triangel, trom. Grafische notatie is het vastleggen van klanken met behulp van tekeningen, symbolen of tekens. Bijvoorbeeld, dikke zwarte stippen zijn harde klanken, veel kleine streepjes zijn snelle klanken, een pijl omhoog zijn hoge klanken.

Bewegen op muziek is voor de kleuter niet meer dan normaal. Ze bewegen nu eenmaal graag. Speelliedjes zijn kinderliedjes met een bijbehorend bewegingsspel of dans. Het is niet alleen leuk om te doen, maar de kinderen krijgen o.a. ook gevoel voor maat, ritme en vorm (echo, herhaling). Denk maar aan het liedje ‘Hoofd, schouder, knie en teen’ of één van mijn eigen liedjes ‘Wil je mijn vriendje zijn? ‘.

Het KVB-model

 

In het Klank-Vorm-Betekenismodel wordt de essentie van muziek (Klank, Vorm, Betekenis) gecombineerd met de 5 domeinen (zingen, luisteren, muziek maken, muziek lezen/noteren, bewegen).

Eerst een korte uitleg over Klank, Vorm en Betekenis[6].

  • Klank
    • Klankduur: maat, ritme, tempo
    • Klankhoogte: hoog, laag
    • Klanksterkte: hard, zacht
    • Klankkleur: instrumenten, stem
  • Vorm
    • Herhaling
    • Echo
    • Canon
  • Betekenis
    • Uitbeelden (mensen, dieren, natuur)
    • Eigen betekenisgeving (vrolijk, boos, verdriet)
    • Verschillende functies (dans, reclame, marcheren)

De vijf domeinen draaien om Klank, Vorm, Betekenis heen. Laat ik je een voorbeeld geven hoe het werkt, dan is het beter te begrijpen.

In mijn muziekles Oei, oei, oei (thema Sprookjes) gaat het om de 3 domeinen Zingen, Luisteren en Bewegen én Betekenis. De kinderen zingen het lied en bewegen mee op de muziek (geheimzinnig, langzaam, bewegen als een heks). In de muziekactiviteiten gaan ze luisteren naar korte muziekfragmenten en bespreken dit met hun juf of meester. Welk gevoel kregen ze bij de muziekstukjes? Droevig, blij, boos, bang? Betekenis! We zijn nog niet klaar. Nu gaan de kinderen ook nog bewegen op dezelfde muziekfragmenten. Maak je kleine of grote bewegingen. Hoe beweeg je wanneer je boos of verdrietig bent. Zie je hoe eenvoudig het eigenlijk is? Zingen, Luisteren, Bewegen en Betekenis in één muziekles. Daarbij, is het liedje ‘Oei, oei, oei’ eenstemmig, kort, bevat herhalingen, melodisch eenvoudig, ritmisch eenvoudig, beperkt van omvang, passend bij de belevingswereld en beperkt van omvang. Voilà, een volwaardige muziekles voor de muzikale ontwikkeling van het jonge kind.

Kortom

Hoe geef je muziekles aan kleuters?

Houd het speels en gevarieerd, schrijf de 5 domeinen en de taartpunten van het KVB model (Klank, Vorm, Betekenis) ergens op voor jezelf en behandel tijdens elk liedje uit je repertoire één of twee domeinen en één ‘taartpunt’ van het KVB model. Houd het eenvoudig voor jezelf , leg de lat niet te hoog en/of, dit kan ik even niet laten, download een leuke muziekles uit mijn webshop wanneer je even geen tijd hebt om een muziekles voor te bereiden  😊

 

 

[1] Heemstra-Hendriksen, L. (2006). Het verhaal van het kind, Zutphen, Nederland: Thieme Meulenhoff

[2] Alkema, E. (2006). Méér dan onderwijs. Assen, Nederland: Van Gorcum

[3] Lei, van der, R. (2010). Muziek Meester!, Zutphen, Nederland: Thieme Meulenhoff

[4] Lei, van der, R. (2010). Muziek Meester!, Zutphen, Nederland: Thieme Meulenhoff

[5] Lei, van der, R. (2010). Muziek Meester!, Zutphen, Nederland: Thieme Meulenhoff

[6] Lei, van der, R. (2010). Muziek Meester!, Zutphen, Nederland: Thieme Meulenhoff

Leave a Reply